Hoe droog is Nederland nu?

Onze droogte-indicator kijkt niet naar de lucht, maar naar de bodem: welk deel van de grondwatermeetputten in Nederland staat op dit moment lager dan normaal voor de tijd van het jaar? Dat maakt droogte concreet en per regio te volgen.

67,5%van de putten lager dan normaal
27,4%rond normaal
5,2%hoger dan normaal
15.834meetputten vergeleken

Peildatum berekening: 27 augustus 2026 · recentste meting in de vergelijking: 27 augustus 2026 · bron: Basisregistratie Ondergrond (BRO), eigen berekening.

Droogte per provincie

Droogte is nooit gelijk verdeeld. Hoge zandgronden in het oosten en zuiden zakken in een droge zomer veel sneller weg dan de polders in het westen, waar waterschappen het peil actief opzetten. Zo staan de provincies er nu voor:

ProvincieMeetputtenLager dan normaalGemiddelde afwijking
Drenthe 698 87,1% -27 cm
Flevoland 354 29,1% -16 cm
Fryslân 232 50,6% -14 cm
Gelderland 1313 76,1% -29 cm
Groningen 150 56,0% -18 cm
Limburg 1281 75,3% -30 cm
Noord-Brabant 2931 78,7% -34 cm
Noord-Holland 2174 63,2% -18 cm
Overijssel 2292 58,1% -16 cm
Utrecht 1075 76,9% -24 cm
Zeeland 144 77,3% -43 cm
Zuid-Holland 3724 59,6% -16 cm

Afwijking = laatste meting min het eigen 5-jaarsgemiddelde voor deze kalendermaand. Negatief betekent lager dan normaal.

Zo lees je de indicator

Elke meetput heeft zijn eigen ritme: een put in de duinen staat altijd meters dieper dan een put in een veenweide. Absolute standen vergelijken zegt daarom weinig. Wij vergelijken elke put alleen met zichzelf: de laatste meting tegenover het gemiddelde van dezelfde kalendermaand in de vijf voorgaande jaren. Staat een put meer dan 10 centimeter onder dat eigen maandgemiddelde, dan telt hij als "lager dan normaal".

Het percentage putten dat lager staat dan normaal is een gevoelige graadmeter. In een gemiddeld jaar schommelt het ergens rond de 30 tot 40 procent, simpelweg omdat er altijd regionale verschillen zijn. Kruipt het richting 60, 70 procent of meer, dan is er breed in het land sprake van uitzakkend grondwater en begint droogte door te werken in natuur, landbouw en funderingen.

Waarom grondwater de trage thermometer van droogte is

Een droge week zie je niet terug in het grondwater, een droog voorjaar wel. Neerslag heeft weken tot maanden nodig om door te dringen tot het grondwater, en andersom ijlt een tekort lang na: na de extreem droge zomer van 2018 waren de standen op de hoge zandgronden pas in 2021 op veel plekken hersteld. Daarom is de grondwaterstand een betere maat voor structurele droogte dan het weer van vandaag.

Dat naijlen betekent ook: als de indicator in juni al hoog staat, is de kans groot dat de tweede zomerhelft problematisch wordt. Waterschappen stellen dan beregeningsverboden in en de natuur op de zandgronden begint te verdrogen.

Wat merk jij van een lage grondwaterstand?

Voor huiseigenaren is het belangrijkste risico de fundering. Houten palen die droog komen te staan kunnen gaan rotten, en klei- en veenbodems krimpen waardoor huizen ongelijk zakken. Lees op onze pagina over grondwater en funderingen hoe je dat risico inschat.

In de tuin zie je droogte het snelst: gazons kleuren geel en borders hebben extra water nodig, terwijl er juist dan vaak beperkingen gelden. Op tuin en droogte lees je hoe je met regentonnen, druppelslangen en infiltratie je tuin door de zomer helpt zonder verspilling.

Voor de natuur zijn vooral vennen, beken en hoogveen kwetsbaar: die zijn volledig afhankelijk van regen- en grondwater. Verdroogde natuurgebieden herstellen traag, ook als het daarna een nat jaar wordt.

Zelf de standen volgen

Op de interactieve kaart zie je per meetput of het grondwater lager, normaal of hoger staat dan het eigen maandgemiddelde. Zoek op je eigen adres voor de putten in jouw buurt, of bekijk het overzicht per gemeente. Journalisten en onderzoekers kunnen de onderliggende cijfers vrij gebruiken via onze onderzoekspagina.

Veelgestelde vragen

Hoe wordt de droogte-indicator berekend?

Voor elke meetput vergelijken we de laatste meting met het gemiddelde van dezelfde kalendermaand in de vijf voorgaande jaren. De indicator is het percentage putten dat meer dan 10 centimeter lager staat dan dat eigen maandgemiddelde. Het is een eigen berekening op openbare meetreeksen uit de Basisregistratie Ondergrond (BRO).

Is een lage grondwaterstand hetzelfde als droogte?

Niet helemaal. Droogte gaat ook over neerslagtekort, rivierafvoer en verdamping. De grondwaterstand is wel een van de belangrijkste en traagste signalen: als het grondwater breed lager staat dan normaal, werkt een droog voorjaar of een droge zomer nog maanden door.

Waarom wijkt dit cijfer af van de Droogtemonitor van de overheid?

De officiele Droogtemonitor van de LCW combineert veel meer bronnen, zoals neerslagtekort en rivierafvoeren. Onze indicator kijkt puur naar grondwaterputten en is daardoor eenvoudiger te volgen per regio. Beide kunnen naast elkaar bestaan.

Wat betekent een lage grondwaterstand voor mijn huis?

Bij huizen op houten palen kan een langdurig lage stand paalrot veroorzaken, en op klei- en veengrond kan de bodem krimpen en ongelijk zakken. Kijk op onze pagina over funderingen wat je kunt controleren.

Wanneer is het grondwater het laagst?

Meestal aan het einde van de zomer, in augustus tot oktober. De stand zakt in het groeiseizoen door verdamping en beregening, en herstelt in de winter door neerslag. Daarom vergelijken we altijd met hetzelfde seizoen in eerdere jaren.